S02·009Jouke Waleson over online oogtests middels AI
Jouke Waleson is de CTO van Easee, een bedrijf dat zich bezig houdt met online oogtests gebaseerd op AI.
Jouke Waleson is de CTO van Easee, een bedrijf dat zich bezig houdt met online oogtests gebaseerd op AI.
- ▸Wat een wizard engine inhoudt voor complexe userflows
- ▸Hoe je balans houdt tussen snelle deliverables en lange termijn visie
- ▸Wat medical device regulatie betekent voor software ontwikkeling
Transcript
Ik had een keer op een vrijdagmiddag iets gemaakt dat voor allerlei repositories op github,
pourquests maakte automatisch met linters die alles fiksten.
Ik had die wel uit de netnieuw, en toen heb ik een skitje gemaakt.
Dit is de 100 populairste Python repositories, pourquests waarin je inschiet.
Automatisch, hoefde ik niks van te doen.
Ik had dus gewoon openter 100 keer, pourquests meteen dit is de code, aftwaardig gefikst.
Van hey, ik heb je code beter gemaakt.
En dan ging ik er wel nog even doorheen zelf om te kijken wat hij nu gaat voorstellen.
Ik sta er wel ergens op, een beetje opschoon en zo.
Maar uiteindelijk had ik dus een paar 100 repositories in mijn github.
En had ik ook iets van 5 van die enorme repos die hadden gezegd,
ja, dankjewel voor je contribution en gemerksd en masterd.
En om de ene van de reden denk ik dat ik toen op de radar ben gekomen bij Facebook in California.
In Palo Alto.
Dus ik had er een mailtje in na een paar weken.
Een paar weken daarna had ik het gedaan van hey, heb je misschien interesse om mailtjes te kunnen werken.
Welkom bij een nieuwe aflevering van de CodeKlets podcast.
Ik ben Saber Karmous en vandaag is mijn co-host of andere host,
geen co-host vind ik altijd zo een beetje meer nachtend.
Is Bernard Kroes.
Hey Saber.
Hola Bernard.
Hoi hoi.
Laten we ook maar meteen beginnen met het introduceren van onze gast.
Dat is dit keer Jelke Walesson.
Jelke is 33 jaar en CTO bij Easy.
Een start-up in Amsterdam waar hij werkt aan een online oogtest die iedereen zelf kan doen.
Dat is heel interessant, daar gaat sowieso heel veel over hebben.
Hij studeerde in Utrecht en in Leiden en begon zijn carrière als cloud engineer en daarna product manager bij Mendix in Rotterdam.
In 2018, na zeven jaar bij Mendix te hebben gewerkt, maakte hij de sprong in het diepe naar een start-up met zes mensen.
En dat is wel interessant, zijn favoriete programeertalen zijn Python en Vue.js.
Maar eigenlijk vindt hij alle programeertalen heel verschrikkelijk.
Welkom Jelke.
Dank je heel Saber.
Dat laatste mag je meteen toelichten.
Ja, dat is goed om mee te beginnen.
Als je kijkt naar onze industrie, dan denk ik dat ze echt in de kinderschoenen staan.
Dat je op programmeren bestaat, dat is een beetje 60, 70 jaar of zo.
Als je echt het allereerste begin neemt met hele vogecomputers.
En een beetje moderne programeertalen afgelopen, ja, 30 jaar, 40 jaar.
Dat is heel weinig.
Het klinkt heel veel en mensen zijn het zo gewend.
En dat is op een hele grote schaal, want er zijn heel veel developers in de wereld.
Maar eigenlijk is het heel erg jong.
En ik denk dat je hier dat aan alles ziet.
Je hebt geen standaarden, het veld verandert elke maand eigenlijk.
En ik denk dat we nog heel veel te leren hebben.
En ik denk dat de manier waarop we vastzitten in een paar digma's.
Van bijvoorbeeld dat je alles met files doet en dat je met lijnen code werkt.
En een representatie van code.
Het is heel erg primitief.
En ik denk dat je juist met software, dat ik hou heel erg van computing.
En dat alles dynamisch is en dat je super snel kan innoveren.
En dat je ook een soort, ik vergelijk het met boeken.
En HTP, weet je, met hyperlinks.
Je kan andere dingen doen met digitale computers.
En ik denk dat we vaak naar de wereld kijken als developers.
Dat gaan we allemaal beter maken.
Maar we kijken niet naar onze eigen programmeertalen en hoe dat eigenlijk werkt.
En hoe we dat beter kunnen maken.
Ja, ik snap wat je zegt.
Er zit nog wel meer achterom.
Maar soms heb ik juist het idee dat we te veel bezig zijn met programmeertalen.
En te weinig met dingen bouwen.
Maar dat is misschien weer persoonlijk.
Daar heb je helemaal gelijk in.
Dat is zeker waar.
Maar welke ontwikkelingen vind je dan wat dat betreft veel belovend?
Ik denk Lowcode.
Ik heb bij Mendix gezeten en ik weet niet hoeveel jullie er van weten.
Ik zag dat jullie Michel geïnterviewd een keer.
En dat hij in de show is geweest.
Mendix, ik vind het fantastisch.
Echt waar.
Ik denk dat zelfs daar dat ze nog veel te veel stilstaan.
En ook vastzitten in wat ze zeven jaar geleden, acht jaar geleden hebben gemaakt ofzo.
Dus dat ze daar ook niet een beetje vast zijn geroest daarin.
Maar in potentie.
Om het dynamisch te maken van zo'n model.
En om dat op hele verschillende manieren te kunnen weergeven.
En alles echt met elkaar te integreren.
Ik denk dat ze heel goed bezig zijn.
En dat dat heel veel belovend is.
Ja, oké.
Ja, ik begrijp wat je zegt.
En dus ik vind het wel leuk om, voordat we echt met het grote onderwerp beginnen, een leuke discussie te maken.
Ik ben een beetje haatliefder met Low Code.
Ja, ik zie echt wel de zin ervan in.
We hebben ook een aflevering gehad, het ging over DSL's.
Ja, met Mait.
Ja, precies.
Dat is ook een oud Mendix developer.
Ik heb zelf ook met DSL's gewerkt.
Of met een DSL, zo moet ik het zeggen.
Daar zie ik ook heel veel, ik zie er echt heel veel nut van in, maar het is wel een beetje, ja, ik weet niet.
En ik geloof dat er ooit natuurlijk, ik zeg altijd, iedere zeven jaar komt er weer zo'n wave van, oké, er komt er weer model driven architecture, model driven development of DSL's.
Ja, de software ontwikkeling gaat helemaal overop en het goede coderen, zeg maar, of nee, niet het goede coderen,
maar coderen in C, C++, C-sharp, Python, whatever, verdwijnt en het wordt helemaal.
En ik denk dat het kan, het zal zeker in de jaren wel steeds beter worden, maar het is volgens mij een beetje een en en, zeg maar, denk ik, voorlopig nog.
Impotentie, je hebt wat je zegt, en daar ben ik het helemaal mee eens.
Ik vind dat wij bijvoorbeeld onze, tijdens het programmeren, kijk, je hebt AI en machine learning, dat dat nog heel weinig ingezet wordt om tijdens het te ontwikkelen.
Je hebt natuurlijk die GPT-3, zeg maar, die dan heel het lappen tekst voor je generereert.
Nou, dan is Microsoft volgens mij daarmee bezig om dat ook tijdens software development te kunnen gebruiken.
Heb je die demo gezien met GPT-3?
Nee, nog niet.
Er is zo'n demo dat iemand een app beschrijft en dan boudt GPT-3 er, met behulp van GPT-3, boudt er gewoon een hele react-app van.
Ja, kijk, dat vind ik wel heel stoer.
Daar zie ik dan wel veel dat ik denk, dit gaat wel ergens heen.
Want gek genoeg, je hebt allerlei design patterns en allerlei dingen die we hergebruiken om sneller en efficiënter software te kunnen developpen.
Nou, dat geloof ik allemaal wel.
Maar je hebt heel vaak, als je drie of vier keer iets boudt, dan herken je een patroon en denk je, oké, die kan ik nog een keer toepassen.
Maar dat is altijd net niet.
En ik vermoed dat door machine learning en datamining, et cetera, toe te passen, dat je dan echt wel dingen zou kunnen automatiseren.
Nou goed, hoe goed dat zal gaan met zo'n GPT-3-achtige, als dat met een react-applicatie die eruit gespuwd wordt, dat werkt.
Ja, dat is wel een mooie ontwikkeling.
Dat vind ik wel heel erg interessant, ja.
Dus, ja, oké.
Nou, dat was een hele mooie introductie.
Ja, oké.
Cool.
We hebben ook altijd de vraag die we eigenlijk de laatste tijd aan alle gasten willen vragen.
En hoe ben je eigenlijk ooit begonnen met programmeren?
Hoe ben je mee in aanraking gekomen?
Ja, dat begon eigenlijk heel mooi.
Het is een beetje met de paplepel erin gegoten.
Niet al te zachthandig.
Mijn vader, die werkte bij Judith Beckert in Amstelveen.
En die begon als hardware support-engineer.
Dus die moest gewoon een hele dure chemische apparaten die in laboratoria stonden.
Moest die onderhouden en fixen als ze kapot waren.
En ze hebben hem toen een cursus programmeren aangeboden.
En toen is hij overgestapt naar software development.
En daar was hij al, al vanaf zijn jeugd was hij daar heel erg in geïnteresseerd.
En ik moest dat ook gaan doen.
Dus toen ik acht was, toen hebben we een keer een oude HP desktop...
Descat volgens mij.
Uit elkaar gehaald met van die stapmotoren erin.
En toen hebben we een plotter gemaakt.
Dus die werd met zo'n vildstift dan zet hij op een papiertje.
Met gewoon eigenlijk in plaats van de incapsule met die stift erin.
En toen gingen we die zelf programmeren.
Volgens mij was het Fusion Basic.
Of Delphi.
Een van de twee.
Ik weet het niet meer precies.
Maar toen moest ik een beetje leren programmeren.
Dus je beweegt hierheen en dan zie je fysiek dat die pen daarin gaat.
En ja, het was natuurlijk de vijfde eerst vent bevaderd die dat had gemaakt.
Maar ik vond het wel heel erg cool.
En ja, zo ging het een beetje door.
En op een gegeven moment zei hij, op school moet je leren rekenen.
Zullen we een reken applicatie bouwen?
Dus toen heb ik een applicatie gemaakt toen ik volgens mij negen was met hem.
Waarmee je dan kon oefenen met rekenen.
En die heb ik toen verkocht aan mijn school voor 50 gulden.
Het was heel cool.
Het was ook allemaal mijn vader die dat bedacht.
Maar ja, wat ik zei, weet je, dat ging ingegoten.
En ja, er zijn nog twee andere dingen.
Ik heb er ook over nagedacht, want ik zag dat jullie het altijd vroegen.
Dus ik heb nog twee voorbeelden.
Ik had een spelletje toen, Jedi Knight.
En het was heel cool.
Ik had wel even een demoversie, want ik kon echt niet betalen.
Maar die had een ini bestandje.
Dat had ik gevonden, dat ik alles uit ging vogelen.
En die had een ini bestandje.
En in dat ini bestandje stonden alle settings.
De hele engine van die wereld was in dat ini bestandje beschreven.
Dus bijvoorbeeld, je kon dan zeggen, ik wil dat kogels 20 keer zoveel schade doen.
Jouw kogels.
En dat een lightsaber 10 meter lang is.
En dat soort dingen.
En dat allemaal mee spelen.
Dan kijk je, oké, dan soms crasht het spel.
Maar dat soort dingen uitvogelen.
Dat was fantastisch om te doen.
En dat deed ik dan met een vriendje samen.
Dat was heerlijk.
En ik kreeg ook nog een rekenmachine.
Ook van HP.
Ik ben niet omgekocht door HP of zo.
Maar het was ook een HP 49G plus rekenmachine.
En dat was de coolste van de klas, vond ik zelf.
De rest stond allemaal wel verheurd.
Was die programmeerbaar?
Ja, in RPN kon je daar een programmeer aan zijn.
Met Reverse Presentation.
Dat was ook een heerlijk ding.
Ja, ja.
Goed, dat was op Havel.
Ik ben 45.
Ik twijfel.
Ik ben over een maand of zo jarig.
Maar die HP rekenmachine.
Wij hadden Casio FX-82.
Want ik zat op Havel.
Dat was de rekenmachine die we toegestaan.
En die word package mocht je niet hebben.
Je krijgt het ook niet.
Ja, precies.
Tenzij je echt...
En er waren een aantal jongens die dieper gewoon fluitend deden alles.
Die leeraren zei dat dit voor jou echt toegevoegde waren.
Dat maakt niet uit.
Dus er waren een paar die hadden wel die Hewlett Packard.
Dus het was wel impressive.
Ik had gezegd, ja, tof.
En het ding is een stuk duurder.
En ik heb geen zin om daarin te verdiepen.
En ik zat al te veel in het computelokaal.
Dus goed.
Oké, ja, cool.
Maar welke programmeerde...
Dat zei je net.
Visual Basic of Delphi.
Dat wist je niet.
Ja, dat is een beetje waar ik mee begonnen ben.
En daarna werd het vooral Delphi.
Want Visual Basic was echt heel erg gelimiteerd.
Mijn vader had zo'n licentie voor Delphi.
Dan kon ik die redelijk graag gebruiken.
Maar ik begon het een beetje op te pakken toen ik 16 werd, denk ik.
Toen begon ik een beetje web te webprogrammeren.
Ik heb ook een tijdje pearl gedaan toen.
Met de wiskunde Olympiade volgens mij.
Of de informatie Olympiade.
Met pearl.
Met pearl.
Ik heb geen idee waar ik dat heb gekozen.
Dat is echt heel dom achteraf.
Maar onleesbaar.
Ja, dat.
Ja, echt verschrikkelijk.
Maar toen er PHP in lood.
Ja, dan kon je websites neembouwen en zo.
Toen ben ik op websites gemaakt.
Voor een paar vrienden van mijn ouders die dan dachten.
Ja, een scriptkiddie die een website kan maken.
En dat is handig.
Dus heb ik dat een paar keer gedaan.
En toen ging ik studeren.
Met een beetje verder gaan in PHP.
Toen moest ik object-orientering leren programmeren op de universiteit.
En dat ging echt helemaal mis.
Ik snapte er echt geen zak van.
Oh zo, ja.
Ja, omdat ik was alleen maar gewend om gewoon.
Ja, je bouwt iets.
Je gooit op een server.
Ik wist niet eens wat de server was.
Maar je gooit het ergens even met FTP.
En dan werkt het of werkt het niet.
Weet je al?
En dat, toen, het hele, het classes en interfaces.
Ik was echt helemaal het spoorbijster.
Dus ik heb dat net gehaald.
En toen, uiteindelijk na een half jaar, toen begon dat een beetje te klikken.
Toen dacht ik, oh ja, het is gestructureerd programmeren.
Zo moet dat, blijkbaar.
Ja, nu vind ik het allemaal onzin.
Maar het, het werkt wel.
Het is een manier van doen.
Dat is ook grappig.
Dat heb je ook meegemaakt, Bernard.
Volgens mij.
C was het, ja, gewoon procedurieel.
Functies, mooi, tof.
En dan C++, zeg maar.
Maar de manier van, ik heb echt al heel lang in C++ geprogrammeerd.
Maar je, bijvoorbeeld het printen van iets.
Je verstuurt een message naar een object.
Dat is echt heel erg.
Hoe C++, zeg maar, met objecten georienteerd.
Terwijl, je bent C-Sharpen, Java.
Dat is gewoon, oké, je hebt een object dat geïnstantiëerd is.
En je hebt een methode die je dan kunt gebruiken.
Dat is in principe ook een message, zeg maar, in principe die je verstuurt.
Alleen, dat is bij C++ veel expliciter.
Dat laatst zij iemand volgen.
Oké, C++ is op zich best anders dan de andere object-orienteerde talen.
Onder water is het allemaal wel heel erg op elkaar lijken.
Maar dat, ja, dat realiseer ik me later pas weer.
Maar ik heb echt al heel lang in C++ geprogrammeerd.
Dat is, denk ik, zeker 20 jaar geleden of zo.
Ik zit voornamelijk in de Objective C.
Dat geeft je ook gewoon opdrachten aan je objecten of messages, kan je het ook noemen.
Maar ja, ik vind het verschil niet zo groot, hoor.
Tussen wat je zegt.
Kijk, events en zo, dat maakt het wel weer anders.
Met small talkers, hoor.
Dat was echt heel erg object-orienteerd.
Met echt messages, weet je wel.
En je hebt objecten en messages, zoals Key.
En dat is in Java zo.
Voel je dat voldoet anders inderdaad?
Precies.
Ik kan dat doen in C++, maar dat hoef je helemaal niet te doen.
Als je uit de Pascalhoek komt en dan heb je gewoon objecten.
En dan kan je dat in C++ ook gewoon min of meer zo overnemen.
Ja, oké.
Dat was voor mij die see-out, zeg maar.
Ik zeg altijd koud, maar dat is het natuurlijk.
En dan een kleine dan, kleine dan en dan een string erheen.
Ja, ook in streams, ja.
Precies dat.
Dus je zegt, ah, oké.
Makes sense.
Maar goed, dat was meer wat ik nu herinner.
Oké.
Nou, cool.
Maar we hadden je natuurlijk uitgenoten voor het grote onderwerp.
Ja, de vorige aflevering, die ging eigenlijk ook over wat het inhoudt om een CTO te zijn.
En jij bent CTO van Easy.
En ja, daar gaan we je eens even flink over bevragen.
Maar goed, misschien is het handig om als eerste te vertellen wat Easy doet.
Ja, mag ik iets anders vragen?
Waarom hebben jullie dit gekozen onderwerp?
CTO, bedoel je?
Het zijn van CTO.
Waarom is dat interessant voor jullie?
Oh, waarom?
Nou, omdat we verschillende kanten belichten, zeg maar.
Dus het kan best wel zijn dat we ooit zeggen, oké, we willen een directeur, we willen verkopen.
Nou, verkopen weet ik niet.
Maar super interessant.
Maar je wil wel vanuit alle perspectieven, zeg maar, kijken naar software development.
Het kan ook best wel zijn dat we iemand uitnodigen die gaat over een informatieanalyst, zeg maar.
Dus die bijvoorbeeld samen met de business de specificaties opzet.
Ja.
En dat dan aan software developers of architecten, whatever, geeft.
En wat is dan de samenwerker?
Waar denk je dan aan?
Dus dan krijg je meer, zeg maar, een soort van, holistisch vind ik een beetje overdreven,
maar een volledig beeld van wat?
Ja, we willen gewoon een aantrek van de onderdelen van de spectrum belichten.
Van beginnende programmeur tot dinosaurus en van CTO tot databasebeheerder.
Als er code bij komt kijken, dan kan je erover kletsen.
Ja, precies.
Dus dat is het, ja.
En...
Ja, dat is duidelijk, denk ik.
Ja, ik hoop dat het duidelijk is, maar goed, dat is het antwoord.
Daar moet je het mee doen.
Maar ja.
Wat het is.
Ja, precies.
Dat is misschien wel een goed startpunt om even te kijken wat jullie doen.
Oké, goed.
Easy is een online oogmeting.
En we proberen eigenlijk een kostenefficiënte manier
en een moderne manier van technologie toe te passen
om zorg efficiënter te maken.
In dit geval is het oogzorg.
En oogzorg is heel apart eigenlijk,
omdat je de meeste dingen niet voor gaat naar het ziekenhuis
of naar een oogarts of naar je huisarts.
Je koopt gewoon een bril bij een optizen.
Dat is het meest voorkomende probleem.
En we dachten dat kunnen we ook digitaal doen.
Want die oogmeting, dat doe je met zo'n...
Ik zie dat jullie allebei geen bril hebben,
maar ik weet niet hoeveel het vaak een oogmeting hebben gedaan.
Ik ben er wel eens bij geweest.
Ja, klopt.
Dan heb je zo'n apparaat met van die lensjes erin
die je dan voor je zet.
Een voropter.
Dat uitgevonden in 1920, 1930 of zo.
En daarvoor deden ze ongeveer hetzelfde,
maar dan niet in zo'n compact ding.
Maar dat is eigenlijk altijd hetzelfde gebleven.
En ook die manier van meten.
En we dachten, we denken dat dat op een makkelijker manier kunnen doen.
Zeker met die enorme explosie aan apparaten
die we bij mensen in hun huis hebben gebracht.
Je hebt TV's, computers, smartphones.
Dus wat we doen is met je computer en de smartphone,
of een tablet en een smartphone,
die verbinden met elkaar met webtechnologie.
Die verbind je zelf met elkaar,
maar ik heb dat geprogrammeerd.
En met de QR-codes ken je dan wat op je scherm staat.
Je gaat een drie meter afstand van je scherm.
En dan volgens moet je op je telefoon zeggen,
vanop het scherm, oké, ik zie dit, ik zie dit, ik zie dit.
En ja, nee, ja, nee.
We doen eigenlijk hetzelfde als dat je bij een optometrist doet.
Op een net iets andere manier,
omdat je natuurlijk niet zo'n lentjes voor je ogen hebt.
En uiteindelijk kunnen we dan zeggen,
oké, we denken dat dit je brilsterkte moet zijn.
En dan gaat het ons,
we geven je gelijk een meting van,
oké, dit is hoe goed je ziet.
Dat is je visus, heet dat?
Zeg maar, 2.0 is echt super, super goed.
1 is gewoon gemiddeld en 0 is heel slecht.
Dan zie je niks.
En we kunnen je ook een brilrecept geven voor een nieuwe bril.
En dat doet een van onze optometristen die bij ons werkt
en die dan zavond zo vaak,
alles van die dag gaat die bekijken
en één voor één gaat die dat goedkeuren
en maakt die een nieuwe brilrecept.
Dus je hoeft juist niet uit.
En kunnen we je toch helpen?
En daarna kun je ergens je bril kopen of je contact lensen.
En waarom laten jullie dat iemand doen,
zo'n optometrist?
Is dat noodzakelijk?
Nu kwaliteitscontrole, weet je wel.
Daar ga ik het zo meteen nog over hebben,
maar dat hopen we tenminste als we daar komen.
Maar we zijn een medisch hulpmiddel.
En als je iets met medische toepassingen doet,
dat is heel veel regulatie,
heel veel voorzichtigheid wordt terhoudend uit.
Dus daar moeten we ook in mee.
En we moeten gewoon ook niet al te stoer doen
van we kunnen alles al,
want dat is ook niet zo.
We moeten ook gewoon met die mensen kijken,
die zijn hier vier jaar al voor getraind
om mensen te helpen met hun oogproblemen.
En die gebruiken we daar ook voor.
Dus ik wil niet kijken naar,
wat voor patiënt is het, of klant.
Het is altijd heel grappig.
We zitten bij een opticiën bij een klant
en bij een optometrist,
dus iets anders dan ben je een patiënt.
Ja precies, ja.
We zitten een beetje tussen die termen in.
Maar ja, die zijn er heel goed in om die mensen te helpen
en precies te kijken,
oké, jij hebt een risicogeval,
want je zit hier neer.
En daarom kunnen we jou niet in brilgezet geven.
En jou wel.
Of we moeten het een beetje,
een beetje in die uit ons toe komt,
een beetje aanpassen.
Ja, dat is heel cool,
want dat doen we nu in een heel aantal landen in Europa.
Ja, dat.
Maar ik kan me voorstellen dat je ook heel goed moet weten
wat je niet kan.
Misschien zijn er bepaalde oogmetingen,
afwijkingen die je niet goed kan bepalen,
of juist wel.
Plus en min of misschien een rotatie is dan weer moeilijker,
denk ik eigenlijk,
maar dat weet ik helemaal niet.
Nou ja, we hebben een paar coole dingen in onze test
voor de cilinder bepaling bijvoorbeeld.
Ja, oké.
Dat is dat is nieuw.
Dat werkt op een netje andere manier.
Dus ik kan niet precies overal zeggen
wat we willen en niet doen.
Dat wordt een beetje saai.
Maar ik weet niet trouwens of jullie dat saai vinden.
Ik denk dat het een beetje saai is,
maar als jullie denken dat is mega interessant,
dan kunnen we daar verder over hebben.
Maar we hebben een test die gewoon
voor heel wat sterkte is van je bril.
Dan kan hij een nieuw procept uitgeven.
Een inclusief cilinder en plus en min.
Dat gedeelte werkt.
Maar bijvoorbeeld een leesbril nu.
Dat doen we nog niet.
Maar ja, we moeten ergens beginnen.
Dit is het makkelijkste.
En we zijn steeds meer bezig.
We hebben een hele roadmap met
waar we nog meer aan moeten werken.
En we gaan.
Nu stopt het bij 45 bij de leeftijd.
Want dan beginnen je ogen achteruit te gaan.
Dan heb je vaak een leesbril nodig.
Dat doen we nu nog niet.
Maar daar gaan we heen.
Dat is het idee.
En je maakt eigenlijk de zorg
dus efficiënter door het op te knippen.
De mensen willen vaak niet naar een winkel moeten gaan.
Zeker nu met corona afgelopen jaar.
Dus je kan bijvoorbeeld naar een winkel
om die aan je frame uit te zoeken.
En het dan naar de meting zelf.
Die kun je naar thuis doen.
En dan kun je bril bestellen.
En dan wordt je thuis bezorgd.
Dat kan.
Of als je denkt oké.
Ik wil dat allebei in de store doen.
In de winkel.
Dat kan ook.


